Een kind wordt uit huis geplaatst als…

  • Het kind wordt verwaarloosd of mishandeld.

  • De ouders te ziek zijn om voor het kind te zorgen.

  • Er vaak ruzie is tussen de ouders. Of tussen ouder(s) en kind.

  • Het kind gehandicapt is en de zorg voor de ouders te zwaar is.

  • Het kind lastig is en de zorg voor de ouders te zwaar is.

Hoe gaat dat in zijn werk?

De Raad voor de Kinderbescherming of Bureau Jeugdzorg kan de rechtbank verzoeken om een ‘machtiging uithuisplaatsing’. De rechter bekijkt of dit noodzakelijk is en bepaalt hoelang de uithuisplaatsing zou mogen duren. De maximale periode is één jaar; deze periode kan daarna nog verlengd worden. Voor zowel ouders als kinderen is uithuisplaatsing een heftige gebeurtenis. Het gebeurt doorgaans alleen wanneer de veiligheid van het kind in het geding lijkt te raken. Tijdens een uithuisplaatsing verblijft het kind in een pleeggezin óf in een speciale jeugdinstelling. Bureau Jeugdzorg regelt dit. Ook vrijwillige uithuisplaatsing is mogelijk, bijvoorbeeld als ouders de opvoeding tijdelijk niet aankunnen. Zij stemmen dan in met de uithuisplaatsing en verlenen volledige medewerking.

Dit is een bijlage van:

Dit is een EXTRA artikel

Dit is een EXTRA artikel en alleen te bekijken voor abonnees. Maak nu een account aan en kies het abonnement dat het best bij je past om direct onbeperkt toegang te krijgen tot alle artikelen.

Maak een account aan