Psycholoog Liesbeth Woertman: “Zie de schoonheid van het echte leven”

We leven in een beeldcultuur. Zelfs op de basisschool worden schoolfoto’s gefotoshopt om kinderen ‘een frissere uitstraling’ te geven. Mensen vergelijken zichzelf met bewerkte beelden op internet en raken onzeker en ontevreden over hun uiterlijk. Hoogleraar psychologie en zelfbeeld­deskundige Liesbeth Woertman: ‘Alles is gemanipuleerd, normale processen van veroudering worden totaal ontkend.’

Op de dag van dit gesprek werd bekendgemaakt dat Google en Facebook striktere regels gaan hanteren voor het plaatsen van foto’s die gelinkt kunnen worden aan afvallen of cosmetische chirurgie. Zo hopen ze de verspreiding van onrealistische schoonheidsidealen via social media in te perken. Heel goed, vindt Liesbeth Woertman, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht. De beelden waarmee we tegenwoordig worden overvoerd – deels op social media – bepalen namelijk voor een groot deel ons schoonheidsideaal, betoogt zij in haar begin dit jaar verschenen boek Je bent al mooi. Omdat dat ideaal steeds extremer en onrealistischer wordt, hebben steeds meer mensen een negatief zelfbeeld. En daarmee zijn ze een makkelijke prooi voor de afslankindustrie en de cosmetische chirurgie. ‘In een beeldcultuur als de onze is het heel belangrijk dat op social media diversiteit te zien is’, zegt Woertman in haar werkkamer aan de Universiteit Utrecht. ‘En vooral als die wordt gekoppeld aan geluk. Het helpt als je ziet dat je ook met een lichaam dat niet per se voldoet aan het schoonheids- ideaal – omdat het oud, dik of weet ik wat is –een fijn leven kunt hebben en redelijk happy kunt zijn.’
Sinds eind jaren tachtig heeft Woertman zich gespecialiseerd in lichaamsbeelden. ‘Sindsdien is er alleen maar meer belangstelling voor het onderwerp gekomen. Toen ik me ermee ging bezighouden, waren er nog geen social media, de cosmetische chirurgie stond nog in de kinderschoenen en was er eigenlijk alleen voor de upper class en actrices. En toch was het duidelijk dat veel vrouwen al behoorlijk negatief dachten over hun uiterlijk, afhankelijk van hun stemming. Over het algemeen ben ik zelf altijd vrij tevreden geweest. Ik vond mezelf een 7, en op sommige momenten een 7,5. Wat hielp was dat er genoeg mensen waren die van me hielden. Voor mij speelde dat uiterlijk dus niet zo’n grote rol, en nog steeds niet. Ik weet heel goed wat ik anders had gewild als ik mezelf had geknutseld, maar ik lijd daar niet onder.’

Dit is een EXTRA artikel

Dit is een EXTRA artikel en alleen te bekijken voor abonnees. Maak nu een account aan en kies het abonnement dat het best bij je past om direct onbeperkt toegang te krijgen tot alle artikelen.

Maak een account aan