De schuld van je ouders

Worden gevoelens als: ‘ik doe er niet toe’, ‘ik hoor er niet bij’ en ‘ik kan het niet’ altijd bepaald door wat ons in het gezin van herkomst overkomt?

In de psychologie staan gezinnen om twee redenen bekend: ze kunnen je leven verpesten en ze kunnen je leven redden. Om met dat laatste te beginnen: de steun van familie en vrienden is onontbeerlijk om tegenslag te verwerken. Of je nu financieel, emotioneel of psychisch aan de grond zit, zonder naastbetrokkenen die een handje helpen, is de kans dat je er weer bovenop komt veel kleiner. In de praktijk zijn het vaak de leden van het kerngezin – je moeder, je vader en je broers en zussen – op wie je het meest kunt bouwen. Ze lenen je voor de zoveelste keer geld, geven je een plek om te slapen en praten opbeurend op je in totdat je er weer tegen kunt. Maar er is een schaduwzijde. Want het kan ook juist je gezin van herkomst zijn dat je in de problemen brengt. Broers en zussen kunnen je pesten. Vaders en moeders kunnen je negeren, verwaarlozen of verlaten. De stempels die naastbetrokkenen op je drukken als je nog maar klein en hulpeloos bent, zijn later moeilijk uit te wissen. Dit is de reden dat psychologen en psychiaters ook naar het gezin kijken als broedplaats van mentale malheur.

Of je je ooit veilig kunt voelen bij een ander wordt bepaald door de relatie met je ouders als je klein bent

Dit is een EXTRA artikel

Dit is een EXTRA artikel en alleen te bekijken voor abonnees. Maak nu een account aan en kies het abonnement dat het best bij je past om direct onbeperkt toegang te krijgen tot alle artikelen.

Maak een account aan