Interview met Antoi­nette over 25 jaar Radar op tv

Sinds ‘Radar’ in januari 1995 begon, wordt het consumentenprogramma al gepresenteerd door Antoinette Hertsenberg. Ze blikt terug op de afgelopen 25 jaar. “Het is echt fantastisch dat je een verschil kunt maken voor mensen”.

Je lijkt onlosmakelijk vergroeid met ‘Radar’. Is het programma jouw kindje?
“Ja, dat is echt zo. Ik ben er vanaf nul bij betrokken, ‘Radar’ past me als een jas. Jaap Jongbloed is ooit twee keer voor me ingevallen, toen ik net bevallen was. Dat was in februari 2000. Daarna heeft nooit iemand anders het gepresenteerd. Ik druk een duidelijke stempel op ‘Radar’ doordat ik de confrontatie niet uit de weg ga. We proberen altijd meteen de kern van het probleem te raken. Ik denk dat we er goed in zijn om ingewikkelde onderwerpen op een toegankelijke manier uit te leggen. En daarmee ook bijdragen aan een oplossing.”

Gaat het na al die jaren nooit vervelen?
“25 jaar, dat klinkt vreselijk lang! Maar het kost me echt helemaal geen enkele moeite. Het is juist zo fijn om iets te kunnen doen aan zaken die mensen raken. Dat je echt een verschil kunt maken, dat is fantastisch. Heel vaak als mensen uitgekeken raken op hun werk komt dat door een zingevingsvraag: ‘Ik doe dit werk nu al jaren, maar wat draag ik eigenlijk bij aan de wereld?’ En die vraag hoeven wij ons op de redactie van ‘Radar’ nooit te stellen. Want het is volstrekt helder wat wij bijdragen aan de wereld. Voor mezelf vind ik dat echt heel fijn.”

Als je terug kon gaan naar 1995, wat voor advies zou je de destijds dertigjarige Antoinette willen geven?
“Een heleboel dingen zou ik nu anders aanpakken. ‘Al doende leert men’, dat is bij mij heel letterlijk geweest. Maar ik denk dat de jonge Antoinette niet zou luisteren naar mijn goedbedoelde adviezen, haha! Ze was lekker dwars. Mijn eigen weg zoeken; ik denk dat dat er altijd wel ingezeten heeft. Als ik weleens stukjes van die eerste afleveringen terug- kijk, vallen de uiterlijke kenmerken natuurlijk het meest op. Dat je denkt: oh my God, wat had ik áán? Maar inhoudelijk is het niet heel erg anders dan nu. Mijn stijl van interviewen is altijd wel hetzelfde gebleven. Hooguit ging ik er destijds bij de kleinere onderwerpen ook met een gestrekt been in. Nu differentieer ik dat meer: is dit groot of klein, wat wordt de toon van dit interview?”

Waren er in die begintijd momenten dat je ermee wilde stoppen?
“Nee. Al moet je de eerste twee, drie jaar echt bouwen aan je programma. Zeker in het eerste jaar liep het redactioneel niet lekker. Als je een redactie hebt waar de neuzen een andere kant opstaan is het best lastig om een consistent programma te maken. Maar gelukkig ging het vanaf het derde seizoen lopen en dacht ik: ja, dit is heel erg 10 leuk. Ik heb in die 25 jaar allerlei soorten programma’s ernaast gedaan. Maar als ik voor iets gevraagd werd, heb ik altijd geroepen dat ‘Radar’ op de eerste plaats komt. Als het daar niet mee te combineren valt, houdt het op. Het is best bijzonder om in deze roerige tijden al 25 jaar een programma te maken.”

Al terugkijkend op alle onderwerpen, heb je een top 3 waar je het meest trots op bent?
“Ik ben heel trots dat we de woekerpolisaffaire hebben aangezwengeld. Het ging om beleggingsverzekeringen die complex, duur en vaag waren, waardoor het voor veel verzekerden financieel erg nadelig uitpakte. Ik ben blij dat die krengen niet meer verkocht worden. Verder ben ik fier op de ‘implant files’: het mega- grote onderzoek naar medische hulpmiddelen en implantaten dat wij wereldwijd hebben uitgerold. Het derde punt waar ik ons een pluim voor geef is dat we, naast die grote zaken, de kleine problemen niet vergeten. Want het is mega-irritant als je een papiercontainer hebt die nooit geleegd wordt. En dat je hierover al vijftien jaar met de gemeente in gesprek bent, maar dat het nog steeds niet is opgelost. Of dat je een elektrische fiets hebt gekocht met een accu die volgens de fabrikant tweehonderd kilometer moet meegaan, en ervaart dat die in de praktijk maar vijftig kilometer haalt. Dat soort consumentenproblemen, daar zijn we óók voor.”

Zie je in die kwart eeuw een verschuiving in consumentenproblemen?
“Eind jaren negentig waren er veel problemen met internet. Het was bijvoorbeeld heel traag, of je kon niet online, of er waren aansluitperikelen. Van alles en nog wat hebben we daar mee gedaan. Maar een consumentenprobleem dat na al die jaren nog steeds aan de orde is, is het slechte contact tussen bedrijven en hun klanten. Als je als klant contact wilt opnemen raak je verdwaald in callcenters: ‘Hebt u die klacht: toets 1, die klacht: toets 2 …’ Uiteindelijk krijg je te horen dat je maar een mail moet sturen. Je komt er gewoon niet doorheen. Er zijn nog altijd een heleboel bedrijven en gemeenten die het klantencontact niet op orde hebben.

Is ‘Radar’ als tv-programma nog steeds relevant in deze tijd van social media?
“Via internet kunnen zeker dingen bereikt worden. Maar wat het tv-programma ‘Radar’ als toegevoegde waarde heeft, is dat de aangeklaagde bedrijven live in de studio aanwezig zijn. Dat is nog niet zo op Facebook of YouTube. Dat live-aspect met alle partijen maakt dat wij als tv-programma heel sterk kunnen handelen.”

Heb je privé een radar ontwikkeld voor misstanden in je omgeving?
“O, zeker. Ik hoor vaak verhalen in mijn omgeving waarvan ik denk: daar moeten we met de redactie eens even naar kijken, of dit probleem niet op een groter vlak speelt. Voorbijgangers doen ook vaak suggesties. Ze weten wat voor werk ik doe, dus dan schieten ze me even aan. Soms denk je weleens: nu even niet, als ik met mijn kinderen op een terrasje zit en iemand opeens een ernstig ziekenhuisverhaal afsteekt. Als het gaat over de service die ik zelf krijg in winkels, daar heb ik totaal geen klachten over, haha! Dat gaat altijd héél erg soepel.”

Wat ambieer je nog?
“Al jarenlang wordt me de vraag al gesteld of ik de politiek in wil gaan. Maar daar ben ik nog niet aan toe. Mijn man zit in de politiek (Niko Koffeman, Eerste Kamerlid voor de Partij voor de Dieren) en twee politici in één huis lijkt me niet zo’n goed idee. Wat ik nu nog wil is heel veel mooie verhalen maken voor ‘Radar’. Op naar de volgende 25 jaar? Even rekenen: dan ben ik tachtig jaar. Ik hoop toch wel dat ik er voor die tijd een punt achter heb gezet. Maar ik ga zeker nog even door!”

Dit is een bijlage van:
Lees meer over: Columns

Registreer nu bij RADAR+

RADAR+ biedt waardevolle tips om het beste van je leven te maken! Registreer je nu gratis en lees meteen meer!

Registreer nu