Omgaan met iemand met een beperking: een kwestie van respect

Volgens professor Manu Keirse weten zogenaamde ‘normale’ mensen uit angst voor het onbekende niet hoe ze om moeten gaan met mensen met een beperking. ‘Wat je niet kent, heb je niet lief. Er is opvoeding en ontmoeting nodig.’

Prof. dr. em. Manu Keirse werkte jarenlang als staatssecretaris op het Belgische Ministerie van Gezondheid. Nu is hij klinisch psycholoog, doctor in de geneeskunde en specialist rouwverwerking. Hij schreef diverse boeken, waaronder Helpen bij verlies en verdriet. Met prof. dr. Dirk De Wachter, psychiater en systeemtherapeut, schreef hij het boek Goed Leven met kwetsbaarheid en beperking.

Manu Keirse schrijft: ‘Mensen met een beperking vormen met 15 procent van de wereldbevolking de grootste minderheid op aarde. Dat betekent dat het merendeel uit de samenleving geen kennis of weet heeft van hoe het is om beperkt te zijn. In onze maatschappij zijn status, materiële rijkdom, academische titels en een goed voorkomen een graadmeter van iemands ‘geslaagdheid’ in het leven. Dat kan voor iemand met een beperking een hel zijn, want hij of zij heeft misschien wel de grootste moeite om ‘normaal’ te kunnen leven.

Zeg niet: ‘Wat erg voor je.’ Dat is aanmatigend, daarmee wordt iemand nog kleiner’

Verschillende studies tonen aan dat een discriminerende houding ten opzichte van mensen met een beperking veelal teruggaat op angst: voor het onbekende, het onvoorspelbare, het niet zo vanzelfsprekende, het vreemde, het angstaanjagende soms. Wat je niet kent, heb je niet lief. Er is opvoeding nodig en ontmoeting. Omgaan met mensen met een beperking is een kwestie van erkenning en respect.’

1 NIVEA

Oftewel: Niet Invullen Voor Een Ander. Je weet niet hoe het is om in een rolstoel te zitten, of één been te hebben. Je weet ook niet wat iemand nodig heeft; spreek af dat je hulp biedt als de ander erom vraagt.

2 Stel vragen

Bijvoorbeeld: Vertel eens hoe dat voor jou is om elke dag in een rolstoel te zitten? Of: hoe is het om klein te zijn? Kijk hem of haar aan en wacht open op het antwoord. Anders zegt iemand misschien: ‘goed’, om te voorkomen dat de ander de waarheid, die misschien minder goed is, moet horen en dat als vervelend ervaart.

3 Luister

Niemand voelt zich elke dag hetzelfde. Luister dus naar iemands verhaal. Heb je het al een keer gehoord, denk dan niet dat je iemands situatie al kent. Het verhaal van vandaag is niet hetzelfde als dat van gisteren of vorige week.

4 Medelijden helpt niet

Sterker, dingen zeggen als: ‘Wat erg voor je,’ of ‘Wat naar voor je’ is aanmatigend. Daarmee wordt iemand nog kleiner. Iemand zonder voeten of handen is net zoveel mens als een ander.

5 Onderschat niemand

Iedereen kan meer dan je denkt. Juist mensen met een beperking hebben vaak een enorme drive. 

6 Wie grappen maakt is niet altijd blij

Zelfspot en grappen maken kan helpen de beperking te relativeren. Maar ook grappenmakers hebben soms innerlijke pijn. Ga er niet altijd van uit dat het allemaal wel mee zal vallen omdat iemand voortdurend grappige opmerkingen maakt. Met name mannen hebben hier last van. Geef dus ruimte aan iemands werkelijke gevoelens. 

7 Zet iemand met een beperking in zijn kracht

Het is belangrijk om mensen met een beperking te laten weten wat ze bijdragen aan jouw leven. Zeg bijvoorbeeld: ‘Weet je wat ik van jou heb geleerd?’ Iemand met een beperking kan een leermeester zijn voor anderen. Iedereen wil iets kunnen betekenen voor een ander. Schrijf je opmerking op een kaart, dan blijft de herinnering.

8 Beperkten zijn niet gek

Wie in een rolstoel zit of moeilijk loopt, wordt al snel ook als mentaal beperkt gezien. Maar de meeste lichamelijk beperkten en ook veel mentaal beperkten – mensen met het syndroom van Down bijvoorbeeld – kunnen prima vertellen hoe het met ze gaat, wat ze vinden en voelen. Ze zijn volwaardige gesprekspartners. Behandel ze ook als zodanig.

9 Leer een kind dat hij zijn verbazing mag uiten

Een kind is spontaan. Zo stapte er een keer een bijzonder zwaarlijvige onderwijsinspectrice de kleuterklas binnen. Een kind zei: ‘Mevrouw, wat bent u dik’. Ze reageerde door hem over het hoofd te aaien en te zeggen: ‘Jij bent tenminste een kind dat zegt wat anderen denken.’ Beperkingen niet benoemen kan verkeerd uitpakken. Zo was daar Frits, een jongetje dat aan zijn hoofd geopereerd werd vanwege een hersentumor. Zijn hoofd was kaalgeschoren en er liep een groot litteken overheen. Zijn ouders wilden hem sparen en lieten hem een pet dragen. Niemand mocht het weten. Toen Frits struikelde op het schoolplein, zijn pet afviel, en iedereen het litteken zag. ‘Kijk, net een ritssluiting’, riepen de kinderen en voortaan werd Frits tot zijn grote verdriet ‘de rits’ genoemd.’

Lees ook deze bijlage
Lees meer over: Samen leven

Registreer nu bij RADAR+

RADAR+ biedt waardevolle tips om het beste van je leven te maken! Maak nu een gratis account aan en lees meteen meer!

Registreer nu

Log in om de reacties te lezen (1)

r Steen
16-12-2021 om 21:17

#2 stel vragen.........

hoe voelt dat, een bril?
goh wat kun jij goed lopen op je nike's..

met andere woorden...........doe normaal, wij gehandicapten zijn ook heel normaal hoor (schat de situatie in of jij aan n vreemde zoiets vragen kan)

Praat mee