Hoe gezond is Nederland?

De levensverwachting van Nederlanders is de afgelopen honderd jaar sterk gestegen, maar gek genoeg gaat het sinds een paar decennia met onze gezondheid bergafwaarts. We zijn zwaarder dan vroeger, bewegen minder en lijden steeds vaker aan welvaartsziekten. Waarin verschillen we van onze (over)grootouders en welke rol speelt onze afkomst daarbij?

Boris, de 7-jarige zoon van David van Bodegom, zit op zwemles. Nadat hij zijn eerste zwemvaardigheden had opgedaan, moest hij verder zwemmen in een bad buiten zijn eigen Haagse wijk. Het verschil was direct zichtbaar, vertelt Van Bodegom, hoogleraar Verouderingswetenschappen in Leiden.

‘De kinderen stonden naast elkaar te bibberen aan de rand van het bad. Tot mijn schrik zag ik dat zes van de dertien uit zijn groep zichtbaar overgewicht hadden. In zijn vroegere zwembad in een rijkere wijk was er niet één kind met overgewicht.’

Wat Van Bodegom met de anekdote wil illustreren, is dat overgewicht, net als andere gezondheidskenmerken, sterk wordt beïnvloed door onze fysieke en sociale omgeving. Het woord ‘leefstijl’ neemt hij daarom met de nodige scepsis in de mond. ‘Leefstijl’, zegt hij, ‘suggereert vaak dat mensen zelf schuldig zijn aan hun slechte gezondheid.’ Alles wijst erop dat het tegendeel waar is.

Wie de veranderingen in de gezondheid van Nederlanders over de tijd bekijkt, snapt al snel wat Van Bodegom bedoelt. Was Boris 150 jaar eerder geboren, dan was de kans dat hij zou omkomen door verdrinking behoorlijk wat groter geweest. Misschien was hij al overleden aan een kinderziekte, want een hoge kindersterfte hield de algemene levensverwachting laag: rond 1870 was die voor Nederlanders om en nabij 42 jaar. Dankzij betere hygiëne, voeding, geneeskundige zorg en leefomstandigheden werden mensen honderd jaar later, in 1970, gemiddeld ruim dertig jaar ouder.

Ouderen worden ouder

‘De laatste decennia is de levensverwachting ook toegenomen, maar nu niet omdat kinderen blijven leven, maar omdat ouderen ouder worden’, zegt Van Bodegom. ‘Er is betere medische zorg, mensen gaan bijvoorbeeld minder snel dood na een hartaanval.

Ook het werkende leven is minder zwaar geworden. Vroeger werkten veel mensen vanaf een jaar of veertien op het land, ze verzamelden lompen of waren scharenslijpers. Nu werken de meeste mensen op een verwarmd kantoor.’ Ook binnenshuis hoeven we, dankzij allerlei huishoudelijke apparaten, veel minder werk te verrichten.

Door die mildere omstandigheden slijt ons lichaam minder snel en gaat het langer mee. Onze buitenlucht is verder aanzienlijk schoner dan een halve eeuw geleden en mensen zijn ook nog minder gaan roken. Kortom, in vergelijking met vroeger verkeren Nederlanders, gemiddeld genomen, in betere gezondheid.

60 procent boven de vijftig is te dik

Toch maken wetenschappers als Van Bodegom zich zorgen. Want hoewel onze levensverwachting inmiddels ruim boven de tachtig ligt, hebben we steeds vaker allerlei welvaartsziekten onder de leden.

De helft van de Nederlandse volwassenen heeft overgewicht en bij mensen boven de vijftig is dat zelfs zestig procent. Ook kinderen zijn de afgelopen decennia minder gaan bewegen en zijn dikker dan hun leeftijdsgenoten een halve eeuw geleden. Dat is zorgelijk, omdat dit de kans vergroot op bijvoorbeeld suikerziekte, hart- en vaataandoeningen, kanker en op latere leeftijd dementie. En hoewel onze gewrichten minder te lijden hebben van fysiek zwaar werk, slijten ze door overgewicht net zo goed.

Meer dementie

Een steeds groter deel van de Nederlanders kampt met dementie. Dertig jaar geleden varieerde dat percentage van ongeveer 1 procent op 65-jarige leeftijd tot 15 procent op 85-jarige leeftijd.

Inmiddels zijn die percentages toegenomen tot ruim 8 procent en 25 procent. Deels heeft dat te maken met betere kennis van de symptomen en snellere diagnose. Deels ook hangt het samen met een veranderde leefstijl.

Naar schatting 35 procent van alle dementie is toe te schrijven aan zaken zoals roken, te weinig lichaamsbeweging, depressie, diabetes, overgewicht en mentale inactiviteit. Ongeveer 290.000 Nederlanders hebben dementie.

Overal worden we verleid tot eten

Marjolein Visser, hoogleraar Gezond Ouder Worden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, doet sinds de jaren negentig onderzoek naar de leefstijl en gezondheid van ouderen. Zij ziet dat ouderen van nu gemiddeld aanzienlijk minder tijd besteden aan wandelen, fietsen, huishoudelijk werk en sportactiviteiten dan hun leeftijdsgenoten twintig jaar geleden.
De trend om minder te bewegen en ongezonder te eten, is volgens haar begonnen in de loop van de jaren tachtig.

‘De auto heeft in die tijd een opmars gemaakt, waardoor er minder wordt gefietst. De supermarkt van nu is driemaal zo groot als die uit mijn kindertijd en bij de kassa staat nu een bak met ongezonde dingen die je nog snel kunt meegraaien.

Overal worden we verleid tot eten, zelfs op het perron kun je nog een kaassnack kopen. Dat was vroeger veel minder.’ Onze veranderde leefstijl, zegt ook zij, kun je dus nauwelijks een individuele keuze noemen. ‘Je kunt moeilijk zeggen dat iedereen in de jaren tachtig plotseling zelf de keuze maakte om ongezonder te eten en dikker te worden.’

Hoogopgeleide mensen leven langer

Niet alle kinderen en alle ouderen zijn zwaarder en ongezonder geworden. Keer op keer blijkt uit allerlei studies dat gezinnen die krapper bij kas zitten hierop een grotere kans hebben dan mensen uit een welvarende omgeving.
De term ‘welvaartsziekte’ is dus eigenlijk wat misleidend. ‘In de jaren zestig waren het vooral de rijken die te zwaar waren’, legt Van Bodegom uit.
‘Hart- en vaatziekten waren typisch iets voor de dikke, sigaren rokende directeur.

Ik zag hetzelfde tijdens mijn promotiestudie in Ghana: op het armere platteland kwamen welvaartsziekten niet voor, in de rijkere stad wel.’ Naarmate het welvaartsniveau van een samenleving toeneemt, verschuift die balans. ‘Op een gegeven moment gaan rijkere, hoogopgeleide mensen minder roken en gezonder leven.’

Hoogopgeleide mensen leven in Nederland nu gemiddeld zo’n zes jaar langer dan lager opgeleide. Bovendien leven ze veertien jaar langer in goede gezondheid.

Rijke jongeren bewegen meer

Dat verschil in gezondheid is al te zien op de middelbare school, weet de Utrechtse onderzoeker Gonneke Stevens. Tieners bewegen al jarenlang minder dan goed voor ze is, maar zowel het schooltype als het inkomen van de ouders heeft hierop grote invloed: een vwo’er van rijke komaf heeft gemiddeld meer kans gezond te eten en te bewegen dan een vmbo’er uit een minder welvarend gezin.

Leefstijl suggereert vaak dat mensen zelf schuldig zijn aan hun slechte gezondheid. Het tegendeel is waar

Heeft de jongere een niet-westerse achtergrond, dan is de kans op een ongezond eet- en beweegpatroon ook groter. De ouderen die nu overgewicht hebben, hadden dat in de jaren tachtig nog niet. Veel jongeren en volwassenen die daarentegen nu al te zwaar zijn, blijven dat als ouderen ook. Dit vergroot hun risico op allerlei klachten. ‘De ouderenzorg moet daar nu al rekening mee houden’, zegt Visser. ‘Het kan zelfs zijn dat jongeren met overgewicht geen hoge leeftijd meer bereiken. In de Verenigde Staten zie je in enkele regio’s al dat de levensverwachting terugloopt door obesitas.’

Hoe lekker zitten we in ons vel?

Ons welzijn draait natuurlijk niet alleen om onze lichamelijke gezondheid. Of we lekker in ons vel zitten, is net zo belangrijk. Of Nederlanders op dat punt verschillen met hun landgenoten vijftig jaar geleden, is lastig te zeggen: pas sinds de jaren negentig doen wetenschappers hiernaar degelijk landelijk onderzoek. Het beeld dat uit dit zogenaamde Nemesis-onderzoek naar voren komt, is dat Nederlanders in dertig jaar niet zo bar veel zijn veranderd – afgaand op wat ze zelf zeggen.
Gevraagd naar hun stemming, hun angsten, hun gelukservaringen, hun concentratievermogen en dat soort zaken, geven Nederlanders al enkele decennia ongeveer dezelfde antwoorden. Daaruit blijkt dat het aandeel mensen met ernstige psychische problemen ongeveer gelijk is gebleven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan stemmingsstoornissen, angststoornissen, verslaving, of gedragsstoornissen.

Tegelijkertijd is ons gebruik van de geestelijke gezondheidszorg sinds de jaren negentig grofweg verdrievoudigd, zegt Bert van der Hoek van het Trimbos-instituut. ‘De toegang tot de geestelijke gezondheidszorg is, ondanks alle wachtlijsten, verbeterd. Er is veel meer informatie over de mogelijkheden dan dertig jaar geleden.
Bij huisartsen zijn tegenwoordig ook praktijkondersteuners. Die waren er vroeger niet. Bovendien is in 2007 het financieringsmodel veranderd in een model van marktwerking, waarna enorm veel zorgprofessionals voor zichzelf zijn begonnen. Het aanbod is groter geworden en daardoor ook het zorggebruik.’ Kortom, wie geestelijk in de knel zit, komt vaker terecht bij een professionele hulpverlener dan dertig jaar geleden. Dat mensen met milde psychische problemen makkelijker zorg ontvangen, blijkt echter ten koste te zijn gegaan van ernstig zieke patiënten. Hun zorg komt vaker in de knel.

Meer burn-outs
Eind jaren negentig had iets minder dan één op de tien werkende mensen burn-outklachten. In 2015 was het aandeel van mensen met burn-outklachten al gestegen naar één op de zeven en in 2019, vóór de coronacrisis, had ongeveer één op de zes werkende mensen burnout-klachten.

Jonge mensen staan steeds meer onder druk

Dat het percentage mensen met ernstige psychische afwijkingen ongeveer gelijk is gebleven, zegt niet alles. Onze samenleving is de afgelopen dertig jaar erg veranderd, wat wel degelijk zijn weerslag heeft op ons geestelijk welbevinden. ‘Onze samenleving is individualistischer geworden en gedigitaliseerd, er is een flexibele 24-uurseconomie met minder baanzekerheid’, somt Van der Hoek op.
Dat alles heeft bijgedragen aan een gestage toename van stress en burn-outs – zaken die niet vallen onder de noemer ernstige stoornis, maar die het leven soms behoorlijk kunnen verzieken.

Als samenleving moeten we iets doen om de groeiende sociaal-economische kloof te dichten

Niet alleen op het werk ervaren mensen meer stress, juist ook schoolgaande jongeren staan meer onder druk dan vroeger, vertelt Van der Hoek. ‘Verschillende jeugdstudies laten zien dat jonge mensen steeds meer onder druk staan. Dat staat heel nadrukkelijk in verband met de prestatie- gerichte samenleving die wij zijn geworden.’ Stevens ziet vooral bij schoolgaande meisjes een lichte toename van sociaal-emotionele problemen. Daarnaast ervaart ongeveer één op de drie meisjes veel druk door schoolwerk. Hoe hoger het onderwijstype, des te groter de stress.

Overigens is het niet allemaal ellende die de klok slaat, want in diezelfde periode werd de relatie met hun ouders gemiddeld juist beter. ‘Sowieso scoren Nederlandse jongeren internationaal heel goed op sociale relaties, relativeert Stevens. ‘Ze worden relatief weinig gepest en zijn positief over leeftijdsgenoten en ouders.’

Kloof tussen rijk en arm is groter geworden

Wat geldt voor onze eetgewoonten, ons gewicht en de mate waarin we bewegen, geldt ook voor ons mentale welbevinden: dat hangt voor een belangrijk deel af van waar onze wieg ooit stond. ‘Al sinds we het zijn gaan meten, twintig jaar geleden, zien we systematisch dat jongeren die opgroeien in relatief lage welvaart, meer emotionele problemen en problemen met leeftijdsgenoten ervaren’, zegt Stevens.
‘Bij jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond zien we eveneens vaker problemen met leeftijdsgenoten, maar ook vaker gedragsproblemen.’ Jongeren met een migratieachtergrond ervaren bovendien minder sociale steun van hun familie en vrienden.

Op een gegeven moment gaan rijkere, hoogopgeleide mensen minder roken en gezonder leven

Bij volwassenen ziet Van der Hoek hetzelfde. ‘Lager opgeleide mensen hebben een grotere kans op psychische aandoeningen dan hoger opgeleide mensen. Ook bij bewoners van kwetsbare wijken en mensen met een migratieachtergrond is de kans op problemen in de mentale gezondheid groter.’

Nu was dat in de jaren tachtig ook al het geval, alleen is de kloof tussen het welvarende, gezonde deel van de bevolking en het armere, minder gezonde deel sindsdien groter geworden. Zowel Van der Hoek als Van Bodegom benadrukken daarom dat de aanpak van fysieke en mentale gezondheidsproblemen momenteel tekortschiet: die is te veel gericht op individuele symptoombestrijding. Suikerpatiënten krijgen van hun arts medicatie en een dieet voorgeschreven, maar hebben eigenlijk een gezondere omgeving nodig.
En door het verminderen van armoede, vroegtijdig schoolverlaten, eenzaamheid en gebrek aan perspectief, kan de samenleving behoorlijk wat geestelijk leed voorkomen. ‘We laten dat nu veel te vaak escaleren en gaan het vervolgens op individueel niveau oplossen door therapie’, zegt Van der Hoek. ‘De ene groep heeft meer kans op levensgeluk en gezondheid dan de andere groep. Als samenleving moeten we iets doen om de groeiende sociaal-economische kloof te dichten die leidt tot zulke gezondheidsverschillen. Hoe we ons als samenleving verder ontwikkelen, heeft een grote impact op onze mentale gezondheid.’

Minder alcohol
Het alcoholgebruik van Nederlanders lijkt wat af te nemen. In 2020 dronk ruim driekwart van de volwassenen weleens alcohol en bijna 8 procent dronk meer dan 21 glazen per week. In 2014 dronk meer dan acht op de tien mensen weleens alcohol en bijna een op de tien overmatig.
Bij tieners is het percentage nog veel sterker gedaald: in 2005 had ruim driekwart ‘ooit’ alcohol gedronken, terwijl dat in 2017 nog maar voor ruim 40 procent gold. Bij twaalfjarigen nam het percentage zelfs af van 60 tot 20 procent. Als ze drinken, drinken jongeren, vooral vanaf een jaar of zestien, vaak wel nog veel (vijf of meer glazen per week).

Minder rokers
Het aantal rokers is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Terwijl in 1990 meer dan één op de drie volwassenen rookte, deed vorig jaar nog maar één op de vijf volwassenen dat. Bij scholieren is de neergaande trend nog duidelijker. In 1990 zei ruim de helft van hen ‘weleens’ te hebben gerookt, terwijl dit sinds 2017 nog maar opgaat voor 17 procent van hen. Bij zowel jongeren als volwassenen is er wel een relatie tussen een lagere opleiding en roken.

Veel schermtijd
Uiteraard brengen we meer tijd dan vroeger door achter een computerscherm. In 2020 staarden werk­nemers gemiddeld 4,4 uur per dag naar een beeldscherm. Bij jongeren geeft 31 procent van de jongeren aan ‘de hele dag’ aan sociale media te zijn gekoppeld – bij meisjes is dat zelfs 37 procent. Bij 7 procent van de jongeren is het gebruik van sociale media problematisch.

Lees meer over: Gezond doen, Gezond gewicht en Gezonde geest

Registreer nu bij RADAR+

RADAR+ biedt waardevolle tips om het beste van je leven te maken! Maak nu een gratis account aan en lees meteen meer!

Registreer nu

Log in om de reacties te lezen (1)

Aad Motz
11-05-2022 om 18:48

Veel groentes en fruit komen niet meer van de koude grond, maar worden gekweekt op kunststop ondergronden en gevoed met substraten. Kan nooit gezond zijn. Ook op de Canarische- en ook britse kanaaleilanden. Veel wordt geïmporteerd met koelschepen. Alles wordt half of helemaal onrijp geoogst en tijdens de reis of kunstmatig gerijpt of in slaap gehouden. Ik kom zelf uit de koelvaart en woon in het westland.

Praat mee